wereldspel Ojemann

Historie van het wereldspel

Het ontstaan van het Wereldspel gaat terug tot 1911. Sindsdien is het gebruik ervan steeds verder ontwikkeld. De pedagoge Nel Ojemann werkt vanaf 1955 met dit spel. Ze werkte het uit tot een diagnostisch instument voor dyslexie en beelddenken.

In 1911 beschreef H.G. Wells voor het eerst hoe uit het gebruik van het spelmateriaal 'Floor games' gegevens konden worden verzameld over ontwikkeling en verbeelding van kinderen.

vb1vb2

Na onderzoeken van Margaret Löwenfeld en Melanie Klein zoekt L.N.J. Kamp in 1947 criteria om het spel te beoordelen. Welke vormen zijn relevant voor een bepaalde leeftijdsgroep? Hij kijkt naar de manier van omgaan met het materiaal. Hij wil een diagnose over de persoonlijkheid stellen.
In 1955 doet Charlotte Bühler onderzoek naar het wereldspel als test voor gedrag, intelligentie en projectie van de persoon. Zij gebruikt objectieve elementen, zoals het tellen van elementen en soorten. Zij maakte gebruik van een wereldspel met meer dan 300 elementen.

Nel Ojemann (1914-2003) maakte gebruik van de onderzoeksresultaten van haar voorgangers. Ze bracht de omvang van het wereldspel terug tot 160 elementen. Zij vroeg zich af of gegevens uit observatie en beoordeling van het eindproduct van het wereldspel inzicht zouden verschaffen in de wijze waarop het kind de wereld om zich heen ervaart, waarneemt en zich oriënteert en informeert. Zij stelde tevens de vraag 'Hoe zou het onderwijs er voor deze kinderen uit moeten zien?'

Nel Ojemann heeft deze vragen uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in het onderzoek 'Signaleren van beelddenkers met behulp van het Ojemann wereldspel', dat wij tot op heden overbrengen op onze cursisten.

Naar onze cursus.

Meer info over het wereldspel vindt u bij de links.